Ons onderwijs
Montessori en thematisch onderwijs
Een belangrijk uitgangspunt van Montessorionderwijs is dat kinderen leerstof aangeboden krijgen die voor hen betekenis heeft. Dat stimuleert kinderen tot nieuwsgierig, onderzoekend en kritisch handelen en om te leren reflecteren op het eigen gedrag. Vandaar dat wij er op onze school voor gekozen hebben om thematisch te werken. Voor onze jongste kinderen is daarbij Kleuter Universiteit onze bron. Vanaf groep 4 werken we met Alles-in-1 en Alles Apart.
Leesklas
Lezen is een belangrijke voorwaarde voor leren. Het geeft je de mogelijkheid om snel kennis op te doen, het verruimt je blik en daarmee je wereld. Vandaar dat het leesonderwijs op Montessorischool Elzeneind een belangrijke plaats krijgt. Zó belangrijk dat wij een leestutor inzetten om alle kinderen van onze school te leren lezen.
Wij volgen daarin graag de belangstelling van een kind. Sommige leerlingen zijn in de onderbouw al heel geïnteresseerd in letters en lezen. Zij krijgen natuurlijk de ruimte daarmee aan de slag te gaan en worden behalve door hun eigen leerkracht dan vaak ook al begeleid door onze leestutor. In groep 3 worden alle leerlingen door de leestutor begeleid in het proces van ‘Aanvankelijk Lezen’. Om kinderen het leesonderwijs op maat aan te bieden, worden ze bij de start van het ‘Aanvankelijk Lezen’ gescreend. Door deze screening kan de leestutor het niveau van het kind bepalen en het met kinderen van eenzelfde leesniveau indelen in groepjes. De kinderen die in de onderbouw al zijn gestart met lezen, hoeven dus niet opnieuw te beginnen in groep 3. Zij krijgen de kans om op hun eigen niveau verder te groeien. Elke ochtend komen de groepjes kinderen naar de leesklas voor gerichte instructie. De verwerking van de aangeboden leerstof gebeurt bij de eigen groepsleerkracht. De ontwikkeling van de kinderen wordt goed gevolgd. Omdat kinderen zich in hun eigen tempo ontwikkelen, worden de groepjes in de loop van het schooljaar regelmatig opnieuw samengesteld. Zo kan ieder kind op het eigen niveau de begeleiding én de uitdaging blijven krijgen die het nodig heeft. De meeste kinderen hebben aan het einde van groep 3 een leesniveau bereikt waarmee zij zich, zonder de begeleiding van de leestutor, verder in het ‘Technisch Lezen’ kunnen ontwikkelen. Leerlingen die meer tijd nodig hebben om zich de basis van het lezen eigen te maken, kunnen ook in groep 4 nog worden begeleid door onze leestutor. Tot en met groep acht volgen we de kinderen in hun ontwikkeling en bieden we hulp waar dat nodig is.
Alles-in-1 + Alles Apart = Totaalonderwijs
Wat is totaalonderwijs: de beste traditionele en moderne didactische werkvormen en leermiddelen worden afwisselend ingezet, waardoor 21e-eeuwse kinderen intrinsiek gemotiveerd leren wat ze moeten leren.
Op onze school werken we met ‘Alles-in-1’ in combinatie met ‘Alles Apart’. Dit is de basis voor projectmatig onderwijs dat de meeste schoolvakken combineert. Alles behalve rekenen, gym en schrijven, waarvoor we de bestaande methodes als bron blijven gebruiken, wordt in thema aangeboden. Het leren krijgt voor de leerlingen daardoor veel meer betekenis. Elke activiteit, of het nu gaat om spelling, begrijpend lezen, verkeer, Engels, wereldoriëntatie, expressie of handvaardigheid, staat bij Alles-in-1 vijf weken lang in het teken van het thema van het project. Ook wordt de stof per groep op verschillende niveaus aangeboden zodat iedere leerling uitgedaagd wordt om zich in eigen tempo en naar eigen vermogen te ontwikkelen. Wij vinden dat dit heel mooi past in ons Montessorionderwijs! Ook omdat er veel expressiemogelijkheden zijn en dus veel kansen om verschillende talenten te laten zien.
‘Alles Apart’ is de taallijn die naadloos aansluit bij de projecten van ‘Alles-in-1’.
Bij iedere vijf projectweken, horen drie weken Alles Apart.
Bewegingsonderwijs
Bewegen is voor ieder kind belangrijk. Door te bewegen ontwikkelen kinderen hun spieren en oefenen ze hun motorische vaardigheden. Dat doen ze door het (buiten)spelen, drama- en danslessen, sportdagen etc., maar ook door kwalitatief goed bewegingsonderwijs. Voorop staan daarbij steeds de begrippen; veiligheid, samen en plezier. We hebben onze lessen zo ingericht dat kinderen veel beweging(stijd) krijgen maar ook kunnen bewegen op hun eigen niveau. Onze bewegingslessen bevatten oefeningen met een verschillende moeilijkheidsgraad waardoor ieder kind mee kan doen en ook steeds wordt uitgedaagd een volgende stap te zetten. Er worden veel verschillende lessen gegeven en er is regelmatig keuzevrijheid, zodat er voor ieder kind aantrekkelijke lessen zijn.
Plusklas
Meerbegaafde kinderen leren vaak anders dan de gemiddelde leerling. Deze kinderen kunnen bij ons wekelijks terecht in de plusklas. Zij werken daar met gelijkgestemde kinderen op een niveau dat bij hen past. Leren samenwerken, ontwikkelen van sociale vaardigheden en leren werken vanuit autonomie aan een gezamenlijk project zijn uitgangspunten. Onderwerpen worden in de plusklas aangeboden vanuit interesse van kinderenen en sluiten aan bij de thema’s van “Alles-in-1”. De plusklas wordt gebruikt als aanzet en verrijking van het onderwijsaanbod, waarbij de opdrachten in de klas worden afgemaakt, zodat de planning van deze kinderen een andere inhoud krijgt. Een van de taken van de kinderen in de plusklas is ook om een vertaling te maken naar de kinderen in de eigen groep of in andere groepen, in de vorm van lessen, spellen, werkbladen, tentoonstellingen, enz. Plaatsing in de plusklas vindt plaats als er sprake is van gediagnosticeerde meerbegaafdheid. Heeft er geen intelligentieonderzoek plaatsgevonden maar is er bij leerkrachten en ouders een vermoeden van meerbegaafdheid, dan kan het observatie- en diagnose-instrument (DHH = Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid) gebruikt worden om in overleg te bepalen of de plusklas een antwoord kan zijn op de extra onderwijsbehoeften van het kind.
Rekenen
Rekenen is een kernvaardigheid. Leren rekenen begint spelenderwijs bij de kleuters. Ze leren tellen door liedjes te zingen, ze gebruiken hun handen en voorwerpen, maar op onze school vooral door middel van het Montessori-materiaal. Het is mooi, kleurrijk, eenvoudig en daardoor juist heel effectief. Kinderen kunnen ermee handelen, experimenteren en doen zo op een speelse manier begrip op van getallen, hoeveelheden, maten en inhouden. Rekenstokken, kralenmateriaal, het gouden materiaal, allemaal leermiddelen waarmee de kleuters al kennismaken en die uitgebreid worden gedurende hun schoolloopbaan. Wilt u meer lezen over Montessori-rekenmateriaal, klik dan hier. Naast het Montessori-materiaal gebruiken wij als bron de methode “Getal en ruimte junior.”
Natuurlijk volgen we ook bij rekenonderwijs het kind in zijn of haar ontwikkeling. We werken met een basisinstructie maar ook met verkorte en verlengde instructie. Kinderen die minder oefening nodig hebben, mogen in die tijd verrijkingsopdrachten doen. En heeft een kind echt behoefte aan een eigen rekentempo, dan krijgt het een eigen leerlijn.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Om tot leren te komen, moet een kind goed in zijn vel zitten. Een kind in de leeftijd van vier tot twaalf brengt een groot deel van zijn of haar tijd op school door. Samen met u als ouders, voelen wij ons daarom mede-verantwoordelijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen. Bij de sociaal-emotionele ontwikkeling hoort dat het kind leert om de gevoelens van zichzelf en anderen te begrijpen en om daar goed mee om te gaan. Maar ook het krijgen van begrip voor andere mensen en het ontwikkelen van positief gedrag en vaardigheden ten opzichte van anderen. Montessorionderwijs is hier bij uitstek voor geschikt. Juist doordat er in een groep kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar zijn, kunnen de ouderen de jongeren helpen en leren de jongeren hulp te vragen aan de ouderen. Je bent niet altijd de oudste of jongste in de groep, je bent niet altijd de domste of knapste. Er is dus minder kans op het ontstaan van meerder- of minderwaardigheidsgevoelens. Je leert echt rekening houden met elkaar. Ook nodigen veel van de (Montessori-)leermiddelen uit tot samenwerking. En soms zijn er van een bepaald soort materiaal maar één of twee stuks in het lokaal aanwezig, zodat je ook leert wachten. Wij hanteren ook een aantal hulpmiddelen om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te volgen en te stimuleren.
Gouden regels
Om te beginnen, maken we duidelijke afspraken met kinderen over hoe we met elkaar omgaan. Op onze school gelden de gouden regels:
Kinderen van Montessorischool Elzeneind:
- zijn vriendelijk
- lopen rustig in school
- zijn eerlijk
- luisteren naar iedereen die op school werkt en naar alle ouders die op school komen helpen
- helpen elkaar
- doen een ander geen pijn
- luisteren naar elkaar
- komen op een goede manier voor zichzelf op
- gebruiken fatsoenlijke taal
- zorgen goed voor de spullen van zichzelf, de ander en school
De gouden regels worden de eerste zes weken van het schooljaar in een thema aangeboden en besproken met de groep. In elke groep hangt een wissellijst waarin de regels hangen. Ook kan het zijn dat tijdelijk één regel centraal staat in een groep. Naast de gouden regels gebruiken wij lessen van de ‘SOEMO kaarten’ om elk kind sociaal weerbaarder te maken. Hiervoor gebruikt ieder van ons dezelfde materialen in de groep om bijvoorbeeld het bespreken van gevoelens concreter te krijgen. Op Montessorischool Elzeneind (MSE) werken we daarnaast ook met een gedragsprotocol. Het gedragsprotocol biedt een leidraad voor hoe te handelen bij ongewenst gedrag. Het zal een bijdrage leveren om bij incidenten de omgeving voor andere kinderen en volwassenen zo veilig mogelijk te maken. We vragen ook van u als ouders om onze gedragslijn te ondersteunen zodat we samen werken aan een veilige, gezellige, leefbare school. Ieder kind heeft de ondersteuning van volwassenen nodig (ouders en leerkrachten) om het gewenste gedrag te leren kennen en te laten zien. Dit vraagt van ons dat we zélf het gedrag voorleven en kinderen ondersteunen in hun gedrag. Dit betekent ook dat we elkaar als volwassen hier op kunnen wijzen: we gaan respectvol met elkaar om.
Als een kind, ondanks onze afspraken, bij herhaling de gedragslijn overtreedt, dan praten we er eerst met het kind over. Het kind krijgt een kaart mee naar huis waarop u wordt gevraagd er met uw kind over te spreken. Laat uw kind daarna tóch weer grensoverschrijdend gedrag zien, dan vragen wij u op school te komen voor een gesprek om gezamenlijk het probleem op te lossen.
Verkeer
Brabant verkeersveiligheidslabel
Het BVL biedt scholen en gemeente de helpende hand om structureel en meer op de praktijk van alle dag gerichte verkeerseducatie te geven. Het label is een bewijs dat verkeersveiligheid structureel deel uitmaakt van het schoolbeleid. Met behulp van materialen wordt tijdens thema’s, van de Peutergroep t/m groep 8, geleerd hoe je veilig loopt, speelt, werkt, fietst en passagier bent. In groep 7 nemen onze kinderen deel aan het landelijke praktijk- en theoretisch verkeersexamen.